Terwijl u dit leest — de koffie nog warm — zit minister Jaimi van Essen op de VN-biodiversiteitstop COP17 in Jerevan. Voor het eerst sinds het wereldnatuurakkoord van 2022 wordt daar eerlijk gekeken naar de vraag die eigenlijk niemand wil stellen: halen we de doelen van 2030 wel? Het korte antwoord van de Rijksoverheid: nee, de wereld ligt nog niet op koers.
Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) neemt op 27 en 28 oktober deel aan de top, die van 19 tot en met 30 oktober loopt. Bijna 200 landen komen er samen over natuurherstel, natuurbehoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit. Het is de eerste grote evaluatie van het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework, het mondiale akkoord uit 2022 waarin de deelnemende landen afspraken om het verlies aan planten, dieren en ecosystemen terug te dringen.1

Wat Nederland meebrengt
De Nederlandse inzet richt zich volgens het kabinet op vier punten: de uitvoering van bestaande doelen versterken, biodiversiteit structureel meenemen in beleid en economische sectoren, financiële prikkels die natuur schaden aanpakken, en meer geld voor natuurherstel. Daarbij werkt Nederland aan een Nationaal Biodiversiteitsfinancieringsplan, dat moet laten zien hoeveel geld er nodig is voor de nationale doelen. Nederland onderhandelt overigens niet alleen, maar vanuit een gezamenlijke EU-positie; het ministeriële deel van de top is op 28 oktober.1
Halve miljard voor tropische bossen
Eerder deze maand maakte het kabinet al bekend dat Nederland over tien jaar maximaal 500 miljoen dollar wil bijdragen aan de Tropical Forest Forever Facility (TFFF), een VN-fonds dat tropische bossen beschermt. Het idee erachter is even simpel als hard: zonder financiële beloning voor het in stand houden van bos is kappen al snel aantrekkelijker dan behouden. De bijdrage is voorgenomen en voorwaardelijk — de uitwerking moet naar verwachting medio 2027 worden afgerond. De vergoeding van circa 4 dollar per beschermde hectare bos per jaar is indicatief.2

De cijfers eromheen
De hopelijk-maar-misschien-cijfers komen niet uit de lucht vallen. Het PBL concludeerde op 20 oktober in de policy brief Play the Long Game dat het halen van de doelen voor 2050 meer ambitie vraagt dan de 2030-doelen, vooral bij de directe en indirecte oorzaken van biodiversiteitsverlies — met grote veranderingen in productie- en consumptiesystemen tot gevolg.3 Eerder becijferde het PBL dat een combinatie van maatregelen de Nederlandse voedselvoetafdruk met 25 tot 40 procent kan verlagen. Belangrijk: dit zijn scenarioverkenningen, geen voorspellingen.4

Wat we nog niet weten
Eerlijk is eerlijk: een aantal zaken is nog niet uitgewerkt. Het Rijksoverheidsbericht noemt geen bedrag of tijdpad voor het Nationaal Biodiversiteitsfinancieringsplan, de TFFF-bijdrage is voorwaardelijk, en welke natuurschadelijke subsidies Nederland precies in beeld heeft, is nog onduidelijk. Ook welke afspraken over financiering en monitoring uiteindelijk uit COP17 komen, moet de tweede helft van deze week uitwijzen. Voorlopig is het een kwestie van de agenda volgen — en de koffie warm houden.
Bronnen
- Rijksoverheid — Minister Van Essen naar VN-top voor afspraken over natuur (26 oktober 2026) rijksoverheid.nl ↩
- Rijksoverheid — Nederland investeert fors in bescherming tropische bossen (26 oktober 2026) rijksoverheid.nl ↩
- PBL — Play the Long Game: Aligning national and international policies for nature and people with the long-term goals of the Global Biodiversity Framework (policy brief, 20 oktober 2026) pbl.nl ↩
- PBL — Opties voor het verkleinen van de Nederlandse voetafdruk (rapport, 19 oktober 2026) pbl.nl ↩