Tussen 2005 en 2024 kwam er ongeveer 29 procent minder stikstof neer op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Goed nieuws voor wie van hei en vennetjes houdt — maar wie de cijfers tot op de bodem uitleest, blijft met twee voeten op de (nog steeds te voedselrijke) grond staan: de natuur is nog lang niet van haar stikstofdieet af.
Ruim een kwart minder
De totale stikstofneerslag op stikstofgevoelige natuur daalde tussen 2005 en 2024 met zo’n 29 procent, zo berekende het RIVM in de jaarlijkse Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026.1 In 2024 kwam er gemiddeld circa 1.295 mol stikstof per hectare per jaar neer. De daling verschilt per bron: de bijdrage van de Nederlandse industrie en het verkeer daalde met 37 procent, die van de Nederlandse landbouw (en overige sectoren) met 15 procent. Ook uit het buitenland waait 29 procent minder aan — stikstof kent geen paspoortcontrole, maar de Europese emissiedalingen helpen lekker mee.2

De grens die de natuur aankan
Of die neerslag schade aanricht, hangt af van de kritische depositiewaarde (KDW): de hoeveelheid stikstof die een gebied aankan voordat planten en dieren verdwijnen. In 2024 lag 31 procent van het stikstofgevoelige oppervlak onder die grens — een jaar eerder was dat 30 procent.1 De Omgevingswet vraagt meer: 40 procent in 2025, 50 procent in 2030 en 74 procent in 2035. Kortom: de richting zit er goed in, maar het tempo loopt flink achter op de wettelijke agenda.

Kanttekeningen bij de cijfers
Het RIVM berekende de reeks vanaf 2005 opnieuw met de nieuwste gegevens en inzichten, waardoor cijfers uit eerdere jaren licht verschuiven.1 Ook het weer speelt mee: van jaar tot jaar schommelt de neerslag met 10 tot 20 procent. De prognoses in de monitor tellen bovendien alleen beleid mee dat op 1 mei 2024 al voldoende concreet was uitgewerkt — recentere aangekondigde maatregelenpakketten zitten er (nog) niet in.2
