1,5 graden klimaatdoel gemist

De 1,5 graad is officieel gemist — maar VN-rapport met Nederlandse inbreng laat zien hoe we terug kunnen

Op 21 oktober 2026 werd officieel vastgesteld wat klimaatwetenschappers al jaren vreesden: de opwarming blijft niet onder de 1,5 graad. Maar het VN-milieuprogramma UNEP doopte haar jaarlijkse rapport veelzeggend “The Point of Return” — het keerpunt. Met centraal modelwerk uit Den Haag rekent het rapport voor hoe de temperatuur deze eeuw tóch nog kan terugkeren naar 1,5 graad. De vraag die eigenlijk op ieders lippen lag: terugkeren, waarheen — en waarom niet gewoon doorstoten?

De aarde vanuit de ruimte gezien, de atmosfeer als dunne blauwe rand aan de horizon
Figuur 1 — De atmosfeer als dun randje rond de aarde: daar speelt het hele verhaal zich af.

Overschrijding is nu het uitgangspunt

Het Emissions Gap Report 2026 doet niet langer alsof we de 1,5 graad “net” kunnen halen. Een overschrijding is “aanstaande en onvermijdelijk”, aldus het rapport.1 Het gunstigste nog denkbare scenario: een piek van 1,7 à 1,8 graden rond het midden van deze eeuw, waarna de temperatuur in 2100 met ongeveer vijftig procent kans terugzakt naar 1,5 graad of lager. Bij onveranderd beleid stijgt de opwarming juist richting 2,8 graden deze eeuw — bijna een verdubbeling van de inspanning die dan nog nodig is.3

Lijngrafiek temperatuurpaden: piek 1,7-1,8 graden rond 2050, terug naar maximaal 1,5 graad in 2100, versus 2,8 graden bij onveranderd beleid
Figuur 2 — Twee paden naar 2100: doorstoten richting 2,8 graden, of overshoot en terugkeer. Klik voor grootbeeld.

Wat er moet gebeuren

Cijfers kunnen kil overkomen, maar ze zijn de kern van het verhaal. Voor de terugkeer naar 1,5 graad moet de wereldwijde uitstoot, gemeten tegen 2025, met 18 procent dalen in 2030, met 45 procent in 2035 en met 69 procent in 2040.1 Dat klinkt abstract, tot je het omdraait: over vier jaar moet de wereld bijna een vijfde van alle uitstoot hebben afgebouwd — zon, wind, batterijen en elektrificatie zijn niet langer “green tech”, maar bouwstenen waarop de rest rekent.

Balkendiagram vereiste uitstootdaling t.o.v. 2025: min 18 procent in 2030, min 45 procent in 2035, min 69 procent in 2040
Figuur 3 — Vereiste daling van de wereldwijde uitstoot t.o.v. 2025, volgens het UNEP-scenario. Klik voor grootbeeld.

De Nederlandse rol is groter dan je zou denken

Achter de cijfers zit een Nederlands model. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) leverde centraal modelwerk aan het rapport; PBL-onderzoekers Michel den Elzen en Ioannis Dafnomilis zijn medeauteur.2 Den Elzen benadrukt naast de sombere kant vooral ook de successen: de groei van zon, wind en batterijen is de afgelopen jaren vrijwel niemand ontgaan — en bewijst dat snelle verandering wél mogelijk is als overheden doorpakken. Ook in de Nederlandse berichtgeving stond niet alleen de gemiste grens, maar juist het pad terug centraal.4

Nederlands polderlandschap bij gouden avondlicht met windturbines en zonnepanelen
Figuur 4 — Zon, wind en batterijen: het bewijs dat snel veranderen kan.

Wat dit rapport anders maakt

Ten eerste de eerlijkheid: het rekent niet langer met de gedachte dat we de 1,5 graad “net” kunnen halen — de overshoot is nu het uitgangspunt, en de vraag is hoe klein en hoe kort we die houden. Ten tweede de terugkeer: voor het eerst beschrijft het rapport serieus de route terug, inclusief wat daar technisch voor nodig is. Deze eeuw gaat dat ongeveer 320 gigaton CO₂ aan verwijderen en permanent opslaan kosten — gelijk aan acht jaar wereldwijde uitstoot. Elke vijf jaar dat de uitstoot op het huidige niveau blijft, kost bovendien ruwweg 0,1 graad extra piekopwarming.1 Ten derde de cijfers zelf: de ramingen liggen iets hoger dan vorig jaar, mede door de terugtrekking van de VS uit het Parijsakkoord en herziene schattingen van historische uitstoot.3

Een wereld die afkoelt, is niet dezelfde wereld

Een kanttekening die het rapport zelf ook maakt: een wereld die eerst 1,7 à 1,8 graad wordt en dan afkoelt, is niet gelijk aan een wereld die nooit boven de 1,5 komt. Ijskappen, gletsjers en permafrost reageren traag — wat in de overshoot-periode smelt of ontdooit, komt niet vanzelf terug als de thermometer daalt. Ook de kans van circa vijftig procent op terugkeer naar 1,5 graad is statistiek, geen garantie. Dit zijn de onzekerheden die het rapport expliciet benoemt — en die in het publieke debat meer aandacht verdienen dan de terugkerende “nog 18 maanden te gaan”-retoriek.

Gletsjer met smeltwaterstromen en donkere grotten in het ijs
Figuur 5 — Wat in de overshoot smelt, komt niet vanzelf terug als de thermometer daalt.

Voor COP31

Het rapport verschijnt een maand voor de klimaattop COP31 in Turkije.3 De vraag die daar centraal zal staan, volgt logisch uit deze analyse: als de 1,5 graad toch wordt gemist, welke doelen moeten landen dan in de nieuwe klimaatplannen (NDC’s) vastleggen? Daar zit de echte “point of return” — niet in de thermometer, maar in de besluitvorming.

Bronnen

  1. UNEP — Emissions Gap Report 2026: “The Point of Return” (persbericht, 21 oktober 2026) unep.org ↩
  2. PBL Planbureau voor de Leefomgeving — UNEP Emissions Gap Report 2026 (Nederlandse bijdrage, 21 oktober 2026) pbl.nl ↩
  3. UN News — “New UNEP report lays out emission cuts needed to return to 1.5°C” (21 oktober 2026) news.un.org ↩
  4. NOS — “VN-rapport: opwarming van meer dan 1,5 graad Celsius onvermijdelijk” (21 oktober 2026) nos.nl ↩

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *