Na een afwezigheid van ongeveer 150 jaar is de wolf terug in Nederland. Wat begon met één zwervend dier in 2015, is inmiddels uitgegroeid tot naar schatting honderd tot ruim honderddertig wolven in veertien roedels. Hoe kon dat gebeuren, waarom kwam de wolf terug, waar leven de dieren nu – en wat vinden mensen daar eigenlijk van? Dit artikel zet de feiten, de cijfers en de meningen op een rij.

Een korte geschiedenis: van algemeen naar uitgeroeid
De wolf (Canis lupus) leefde duizenden jaren in het gebied dat nu Nederland heet. In de 18e en 19e eeuw nam de jacht sterk toe, mede door premies op gedode wolven. Gecombineerd met het verdwijnen van bossen, heiden en moerassen verdween de soort. De laatste gedode wolf die breed als zodanig geldt, werd in 1869 bij Schinveld in Zuid-Limburg geschoten. Later worden nog een doding bij Helvoirt (1881) en waarnemingen bij Heeze (1897) genoemd, maar die laatste gevallen zijn onderwerp van discussie. Feit is dat de wolf rond 1900 volledig uit Nederland was verdwenen.
Waarom kwam de wolf terug?
De terugkeer kwam niet door een herintroductie – niemand heeft wolven in Nederland uitgezet. De dieren zijn op eigen kracht teruggekomen, en daar liggen drie oorzaken achter:
- Europese bescherming. De Conventie van Bern (1979) en vooral de EU-Habitatrichtlijn (1992) beschermden de wolf in grote delen van Europa. In Duitsland, Polen en Frankrijk herstelde de stand zich hierdoor. In 2018 bereikten de eerste wolven de westelijke grensgebieden van Duitsland – en vandaar is het maar een klein stapje naar Nederland.
- Meer natuur en meer prooi. Bossen groeiden na de Tweede Wereldoorlog flink in oppervlakte, en de stand van reeën, wilde zwijnen en herten nam sterk toe. De Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en de Drentse bosgebieden boden voedsel en rust.
- Het gedrag van de wolf zelf. Jonge wolven verlaten in hun tweede levensjaar de roedel en zwerven soms honderden kilometers rond op zoek naar een eigen territorium. Nederland ligt simpelweg binnen bereik van de Duitse en Belgische populaties. Uit DNA-onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) in opdracht van BIJ12 blijkt dat de Nederlandse wolven afkomstig zijn uit Duitsland (ruim de helft van de nieuwe dieren) of nakomelingen zijn van de roedels die zich hier inmiddels hebben gevestigd.1
Wetenschappers spraken al rond 2012 (o.a. in een studie van G. Lelieveld) over de mogelijkheid dat zich wolven in Nederland konden vestigen. Dat het daadwerkelijk gebeurde in een land met zo’n hoge bevolkings- en veedichtheid, is volgens WUR-onderzoeker Hugh Jansman een unieke situatie die nergens anders ter wereld voorkomt.
Hoe het ging: van eerste waarneming tot veertien roedels
De eerste bevestigde waarneming sinds de 19e eeuw dateert uit 2015. In de zomer van 2018 vestigde een wolvin (in de monitoring bekend als GW998f) uit Brandenburg zich op de Noord-Veluwe – het eerste wolventerritorium in Nederland in anderhalve eeuw. Begin 2019 voegde een mannetje uit Nedersaksen zich bij haar, en in het voorjaar van 2019 werden de eerste welpen geboren. Daarmee was de terugkeer geen incident meer, maar een feit.
Sindsdien groeide de populatie snel, vooral op de Veluwe en in Drenthe, later ook op de Utrechtse Heuvelrug en in de Gelderse Vallei. Volgens de meest recente rapportages van BIJ12 (de uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, oktober 2026) telt Nederland nu veertien roedels.14 Van de wolven die zich sinds 2015 in Nederland lieten aantonen, is inmiddels ruim de helft in Nederland zelf geboren.

Opvallend: de groei lijkt enigszins te stabiliseren. In 2026 werden er zeker 56 welpen geboren, bijna evenveel als het jaar ervoor. De beste gebieden (“de topgebieden”) zijn volgens onderzoekers inmiddels bezet, maar er is volgens BIJ12 nog ruimte voor minstens het dubbele aantal roedels. Zwervende jonge wolven zoeken nu vanzelf nieuwe gebieden op.1
Waar leven de wolven nu?
Het zwaartepunt ligt in Gelderland: negen van de veertien leefgebieden liggen op de Veluwe (o.a. Noord-, Noordoost-, Midden- en Zuidwest-Veluwe en Park De Hoge Veluwe) en in de Gelderse Vallei. Daarnaast leven roedels in Drenthe (waaronder Midden-Drenthe en Westerveld) en op de Utrechtse Heuvelrug. Er is één bekende solitaire wolf in Zuidwest-Brabant/Vlaanderen, en in Midden-Brabant wordt wolvenactiviteit gemonitord. Ook buiten deze gebieden duiken regelmatig zwervers op, tot in Zuid-Holland en Limburg aan toe.4
De wolf en de wet: wat mag er?
De wolf valt onder de EU-Habitatrichtlijn en de Wet natuurbescherming: hij mag niet worden verstoord, gevangen of gedood. Een belangrijke wijziging: sinds juli 2025 is de beschermingsstatus van de wolf in de Habitatrichtlijn aangepast van “strikt beschermd” naar “beschermd”. Daardoor heeft de overheid meer mogelijkheden om wolven te verjagen en zogenoemde probleemwolven aan te pakken.3 In het najaar van 2026 verscheen daarnaast een nieuw provinciaal beleidskader (“Fauna- en habitatrichtlijn-wolvenbesluit”-traject) dat het beheer van wolven toestaat bij herhaalde incidenten. Op 1 september 2026 debatteerde de Tweede Kamer met staatssecretaris Silvio Erkens (LVVN) over de vraag of Nederland moet overgaan tot actief beheer van de populatie; begin september liet de Kamer weten het beleid op verschillende punten te willen bijstellen.
WUR berekende in 2025 in opdracht van het ministerie de zogenoemde Gunstige Referentiewaarden: afhankelijk van hoe kieskeurig wolven zijn, biedt Nederland ruimte aan 23 tot 56 roedels (gerekend ongeveer 115 tot 280 wolven). Voor een zelfstandig duurzame populatie zonder inteelt is volgens dit onderzoek minimaal een vijftigtal roedels nodig; Nederland draagt daarvan een eigen nationaal aandeel binnen de Europese kaders.2 Die cijfers zeggen niets over de economische of maatschappelijke gevolgen – dat is een aparte, politieke afweging.
Schade aan vee: de cijfers

Niet iedereen ervaart de terugkeer als positief. Schapen- en geitenhouders op de Veluwe en in Drenthe werden als eersten geconfronteerd met aanvallen. In 2025 kwamen bij BIJ12 1.114 schademeldingen binnen waarbij vastgesteld kon worden dat de wolf de schade veroorzaakte; een jaar eerder waren dat er 804. In het eerste kwartaal van 2026 lijkt de stijgende lijn voor het eerst gebroken: 255 meldingen tegenover 385 in dezelfde periode een jaar eerder.1 De uitbetaalde wolvenschade bedroeg in 2025 ruim 1,5 miljoen euro (waarvan circa € 646.832 in Gelderland), bijna het dubbele van 2024 (€ 876.092). Ter vergelijking: de totale faunaschade (waarvan 80% door watervogels) bedroeg in 2025 ruim 92 miljoen euro – wolvenschade is dus een klein, maar wel snel groeiend onderdeel.

Veehouders kunnen een tegemoetkoming krijgen via het Faunafonds (uitgevoerd door BIJ12), en provincies subsidiëren wolfwerende rasters; Drenthe was in 2025 zelfs een “topjaar” voor rasteraanvragen. Provincies hebben afgesproken dat vergoeding (nog) niet afhankelijk is van het plaatsen van een raster, maar dat zou in de toekomst kunnen veranderen.
De meningen: een verdeeld land
Weinig dier roept in Nederland zoveel emoties op als de wolf. De belangrijkste standpunten naast elkaar:
- Veehouders en LTO Nederland vinden dat er met de belangen van boeren rekening gehouden moet worden. LTO pleit voor een beheersplan met duidelijke criteria, gebieden waar de wolf wel en niet “welkom” is, een escalatieladder om snel tegen probleemwolven op te treden, en volledige en snelle vergoeding van schade. LTO Noord riep in 2026 op een beperkt aantal wolven te mogen afschieten, zoals in Duitsland inmiddels is toegestaan. LTO noemde het nieuwe beleid “een belangrijke stap”, maar vindt de bescherming van veehouders nog steeds onvoldoende: “de kosten van de aanwezigheid van de wolf mogen niet bij individuele veehouders terechtkomen”.
- BoerBurgerBeweging (BBB) en delen van de provinciale politiek pleiten voor een daadkrachtiger aanpak; BBB sprak in april 2026 van “genoeg gepraat” en wil een aanpak “zonder afzwakkingen”.
- Natuur- en milieuorganisaties zoals Natuurmonumenten, WWF en Zoogdiervereniging benadrukken dat de wolf van nature in Nederland hoort en een rol speelt in het ecosysteem (bijvoorbeeld door het selectiever maken van wilde hoefdieren). Tegelijk vinden ook zij dat boeren en herders geholpen moeten worden met geld, kennis en menskracht voor preventiemaatregelen. Natuurmonumenten wijst erop dat volgens Duits onderzoek slechts zo’n 1% van het wolvenmenu uit schapen bestaat – al betekent dat niet dat veehouders geen slachtoffers zijn.
- Overheid en parlement zoeken een middenweg: bescherming blijft, maar met meer beheerruimte. De Raad voor Dierenaangelegenheden organiseerde in opdracht van de Rijksoverheid een maatschappelijke dialoog tussen boeren, natuurbeschermers, wetenschappers en overheid over hoe mensen en wolven samen kunnen leven.3
- Omwonenden en recreanten zijn verdeeld: sommigen voelen zich onveilig, vooral na bijt- en achtervolgingsincidenten in 2025 (waaronder een geval waarbij een kind op de Hoge Veluwe werd meegesleurd en gered moest worden). Anderen zien de wolf als verrijking van de natuur en komen speciaal voor wolven naar de Veluwe.
Het is belangrijk om deze standpunten te zien voor wat ze zijn: stemmen van belanghebbenden in het publieke debat, niet als neutrale dataleveranciers. Voor de cijfers en trends blijft BIJ12 (met DNA-onderzoek van WUR) de onafhankelijke bron.
Hoeveel wolven kan Nederland “dragen”?
Volgens het WUR-kader verkeert de Nederlandse wolvenpopulatie nog in de vestigingsfase: de dieren breiden zich uit en vestigen zich steeds permanenter in gebieden met voldoende leefomstandigheden. Kernvragen zijn: hoeveel roedels passen er territoriaal gezien in Nederland, en zijn er genoeg prooidieren? De huidige groei (van 1 wolf in 2015 naar 14 roedels in 2026, met naar schatting 100 tot 130 dieren) suggereert dat Nederland ecologisch gezien nog niet vol is. Tegelijk zijn de ecologische kaders (23–56 roedels) niet hetzelfde als wat maatschappelijk acceptabel of economisch wenselijk wordt geacht. Dat laatste is een politieke afweging die in de komende jaren in de Kamer en de provincies wordt gemaakt.
Wat betekent dit voor de toekomst?
De meest waarschijnlijke ontwikkeling is geen dramatische explosie, maar een geleidelijke verdere vestiging in nieuwe gebieden, met alle spanningen van dien: meer roedels betekent vrijwel zeker ook meer schademeldingen en meer discussie. De drie belangrijkste onzekerheden:
- hoe snel de populatie verder groeit en waar nieuwe roedels zich vestigen;
- welk nationaal beheerkader na de Kamerbehandeling van najaar 2026 definitief overeind blijft;
- of preventie (rasters, waakhonden, hoeders) de schade beheersbaar houdt – de eerste signalen van 2026 zijn in dat opzicht voorzichtig positief, maar één jaar is geen trend.
Samengevat
Wat echt veranderd is: de wolf is na 150 jaar terug als blijvend onderdeel van de Nederlandse natuur, uitgegroeid van één zwerver tot veertien roedels, en de wetgeving is in 2025–2026 in beweging gekomen richting meer beheerruimte. Wat duidelijk aandacht vraagt: de bescherming van veehouders, de snel stijgende schade, de veiligheidsincidenten en de vraag hoeveel wolven een dichtbevolkt land als Nederland wil en aankan. Cijfers en modellen (van BIJ12 en WUR) zijn steeds beter onderbouwd, maar de uiteindelijke afweging tussen ecologie, economie en samenleving blijft een maatschappelijke keuze.
📊 Feitjes: de wolf in cijfers
- 150 jaar afwezig (laatste doding 1869, Schinveld; mogelijk laatste waarneming 1897, Heeze)
- 2015: eerste bevestigde waarneming sinds de 19e eeuw
- 2018: eerste wolventerritorium (Noord-Veluwe); 2019: eerste welpen
- 14 roedels in Nederland (herfst 2026): 9 in Gelderland (Veluwe + Gelderse Vallei), roedels in Drenthe en op de Utrechtse Heuvelrug, 1 solitaire wolf in Zuidwest-Brabant/Vlaanderen
- 131 verschillende wolven in 2025 aangetoond met DNA (79 daarvan “nieuw” in Nederland); geschat 100–130 dieren op elk moment
- Roedelgroei: 11 roedels (2024) → 13 (2025) → 14 (2026)
- Welpen: ±52 in 2025, ten minste 56 in 2026 (waarvan 13 in Drenthe en 6 in Utrecht, meeste in Gelderland)
- Sinds 2015 in totaal 259 wolven vastgesteld: 56% in Nederland geboren, 18% uit Duitsland, 6% uit België
- 29 dode wolven geregistreerd in 2025 (81 sinds 2015; verkeer en onderlinge concurrentie zijn de voornaamste doodsoorzaken)
- Schademeldingen bevestigde wolvenschade: 804 (2024) → 1.114 (2025) → 255 in Q1 2026 (tegenover 385 in Q1 2025)
- Uitbetaalde wolvenschade 2025: ruim € 1,5 miljoen (waarvan € 646.832 in Gelderland), bijna het dubbele van 2024 (€ 876.092)
- WUR-kader: ruimte voor 23–56 roedels (±115–280 wolven); minimaal 50 roedels nodig voor een duurzame populatie zonder inteelt
- Beleid: Habitatrichtlijn-status sinds juli 2025 gewijzigd van “strikt beschermd” naar “beschermd”; Kamerdebat over wolvenbeheer op 1 september 2026
Cijfers: BIJ12 (jaarrapportage 2026 over 2025, voortgangsrapportage oktober 2026), WUR (Gunstige Referentiewaarden, 2025), Faunafonds/BIJ12 (faunaschadejaar 2025).
Lees ook op AIQmilieu
- PFAS in bloed: 71% boven grenswaarde, maar waarden dalen
- Rapport: De staat van het Nederlandse milieu (download)
Bronnen
- BIJ12 — Wolf in Nederland: monitoring, jaarrapportage 2025 en voortgangsrapportage oktober 2026 bij12.nl ↩
- Wageningen University & Research — Gunstige referentiewaarden voor de wolf in Nederland, 2025 edepot.wur.nl ↩
- Rijksoverheid — Wolven in Nederland (beleid en maatschappelijke dialoog, 2025–2026) rijksoverheid.nl ↩
- NOS — Weer meer wolven in Nederland, in totaal veertien roedels geteld, 9 april 2026 nos.nl ↩
- Nieuwe Oogst — Aantal wolven blijft groeien, Nederland telt veertien roedels, 9 april 2026 nieuweoogst.nl ↩
Afbeeldingen: AI-gegenereerde illustraties (geen fotodocumentatie van specifieke Nederlandse dieren).