De Mont Blanc verloor de afgelopen jaren flink wat hoogte – en kreeg er dit najaar plots weer ruim anderhalve meter bij. Dat klinkt tegenstrijdig, maar precies dat maakt de hoogste berg van de Alpen zo bijzonder: zijn hoogte is geen vast getal. Op 17 september 2026 maten landmeters van het Franse departement Haute-Savoie de top op 4.807,47 meter. Daarmee staat de berg 1,88 meter hoger dan bij de vorige publieke meting in 2023, toen met 4.805,59 meter het laagste cijfer in jaren werd gemeten.1 De hoogte van de Franse berg schommelt altijd – maar klimaatverandering lijkt het onderliggende proces te versnellen.

Wat is er precies gemeten?
Sinds 2001 klimt elke paar jaar een expeditie van géomètres-experts van Haute-Savoie naar de top, samen met berggidsen, ingenieurs en wetenschappers. Met GNSS-satellietontvangers, drones en een georadar bepalen ze de hoogte met een precisie van 2 tot 5 centimeter. Dit jaar deden 33 deelnemers in tien touwgroepen mee, meldt Euronews. De resultaten werden op 14 oktober 2026 gepresenteerd in Saint-Gervais-Mont-Blanc.2
Waarom schommelt de hoogte van de Mont Blanc altijd?
De Mont Blanc is geen kegelvormige rots die stilletjes groeit of krimpt. Onder de sneeuw ligt een vaste rotspunt op 4.792 meter, bepaald met radar in 2004 en sindsdien onveranderd. Alles daarboven is een koepel van sneeuw en ijs die met wind, neerslag, zon en temperatuur meebeweegt. In de winter schuurt de wind de sneeuwkam af, in de lente bouwt hij zich weer op. Omdat de topkam beweegt als een soort duin, noemen deskundigen dit het ‘duincomplex’. Vandaar de wisselende hoogtes: tussen 2001 en 2003 daalde de top ook al bijna twee meter, om daarna weer te stijgen.

De hoogtes van de Mont Blanc door de jaren heen
Wie de metingen van de Mont Blanc-hoogte sinds 2001 op een rij zet, ziet twee dingen tegelijk: een flinke jaar-op-jaar schommeling én een dalende trend. De hoogste stand werd in 2007 gemeten (4.810,90 m), de laagste in 2023 (4.805,59 m). Over de hele periode 2001–2021 komt de gemiddelde daling uit op ruwweg 13 centimeter per jaar.1 Tussentijds zijn er ook metingen die pas later naar buiten kwamen: in 2024 en 2025 maten de landmeters 4.808,51 en 4.808,76 meter – cijfers die tot de presentatie van dit jaar onofficieel bleven. De landmeters benadrukken zelf dat één meting weinig zegt over klimaatverandering – maar de reeks als geheel fungeert wél als een thermometer voor de toestand van de Alpen.
Klimaatverandering en het Alpenklimaat
Het Alpenklimaat warmt sneller op dan het wereldgemiddelde. Dat is zichtbaar in de gletsjers: een gemiddelde Alpengletsjer verliest jaarlijks meer dan een meter ijsdikte – nergens ter wereld gaat dat zo snel. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) rekende uit dat gletsjers wereldwijd tussen september 2022 en augustus 2023 zo’n 600 gigaton ijs verloren, het grootste verlies in vijftig jaar. Zwitserland alleen verloor in 2025 opnieuw circa 3 procent van zijn ijsvolume – het viergrootste verlies ooit, na 2022, 2023 en 2003. Van de ooit 75 kubieke kilometer ijs rond 2000 resteren nog ongeveer 45 kubieke kilometer; meer dan duizend kleine gletsjers zijn al helemaal verdwenen.3
Voor de sneeuwkap op de Mont Blanc betekent dit: warmere winters en extremere zomers maken de schommeling grilliger en de sneeuwvoorraad kleiner. De beroemde ‘4.808 meter’ uit de schoolboeken is daarmee allang geen vast gegeven meer.
Watertekort: van witte voorraad naar lage waterstanden

De krimpende sneeuw- en ijsvoorraden hebben ook een Nederlandse kant. De Rijn wordt ’s zomers aangevuld met smeltwater uit de Alpen. Over een heel jaar levert gletsjerijs maar 1 tot 2 procent van de Rijnafvoer, maar in extreem droge zomers loopt dat aandeel op tot ongeveer een kwart: precies op de momenten dat de rivier het hardst water nodig heeft.4 Onderzoek dat in het Deltaprogramma wordt aangehaald, laat zien dat de ‘piek’ van de gletsjerwaterlevering bij Bazel al is gepasseerd: hoe kleiner de gletsjer, hoe minder noodwater er rest – en rond 2100 zou die bijdrage vrijwel verdwijnen.
Gevoelige zomers zijn er al. In 2022 stond de Rijn bij Lobith op een recordlaagte, met een afvoer van zo’n 680 m³/s, en kampte ook de Italiaanse rivier de Po met ernstig watertekort. Voor de binnenvaart, landbouw, koelwater en drinkwaterwinning worden lage waterstanden daardoor structureler: klimaatverandering maakt de neerslag grilliger en de zachte winters verminderen de sneeuwvoorraad die de rivieren ’s zomers overdruk moet geven.4
Wat zegt dit nu écht?
- Wat duidelijk is: de rotspunt van de Mont Blanc verandert niet; de sneeuw- en ijskoepel erop schommelt jaarlijks en vertoont sinds 2007 een dalende trend van gemiddeld ruim een decimeter per jaar.
- Wat waarschijnlijk is: het snel opwarmende Alpenklimaat maakt die schommelingen grilliger en verkleint de ijs- en sneeuwvoorraden – op de top, in de gletsjers en in de rivieren.
- Wat onzeker blijft: of één specifieke meting (zoals de krimp in 2023 of de groei in 2026) direct aan klimaatverandering toe te schrijven is, zeggen de landmeters zelf niet. De lange reeks telt.
De Mont Blanc meet dus twee dingen tegelijk: een berg die ademt met de seizoenen – én een gebergte waar de voorraad witte lucht, die Europa ’s zomers van rivierwater voorziet, steeds kleiner wordt. Voor Nederland is dat laatste het meest tastbaar bij de waterlijn: bij Lobith, waar de Rijn binnenkomt.
Bronnen
- Ordre des géomètres-experts de Haute-Savoie — meetcampagnes Mont Blanc (4810.info), 2001–2026 4810.info ↩
- Euronews — Mont Blanc meets 4.807,47 m, 14 oktober 2026 euronews.com ↩
- H2O Water Netwerk / WMO — waterpeilen rivieren en gletsjerverlies, oktober 2024 h2owaternetwerk.nl ↩
- Weeronline — smeltwater uit de Alpen en de Rijn, 2024 weeronline.nl ↩