Kort antwoord: Nederlands kraanwater voldoet doorgaans gewoon aan de wettelijke eisen. Toch is er alle reden om PFAS verder terug te dringen. Veel Nederlanders krijgen via voedsel en drinkwater samen al meer van vier belangrijke PFAS binnen dan de gezondheidskundige grens van de Europese voedselautoriteit EFSA toestaat.1 Drinkwater is niet de grootste bron, maar tilt de totale belasting wél verder op.
Wat zijn PFAS?
PFAS is een grote familie van door mensen gemaakte stoffen, gebruikt omdat ze water, vet en vuil afstoten — denk aan industriële toepassingen, blusschuim en allerlei consumentenproducten. Veel PFAS breken vrijwel niet af; vandaar de bijnaam forever chemicals. Ze belanden in bodem, oppervlaktewater en grondwater, en van daar in drinkwaterbronnen en voedsel. Bovendien hopen ze zich op in het lichaam. Het gaat dus niet om één glas water, maar om wat je over jaren heen via allerlei wegen binnenkrijgt.1

De gezondheidskundige grens
De Europese voedselautoriteit EFSA hanteert voor de gezamenlijke inname van vier PFAS — PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS — een tolereerbare wekelijkse inname, de TWI: 4,4 nanogram per kilo lichaamsgewicht per week.4
EFSA leidde die waarde af vanuit mogelijke effecten op het immuunsysteem, waaronder een verminderde reactie op vaccinaties. De TWI is geen grens waarboven iemand direct ziek wordt; het is een gezondheidskundige richtwaarde voor blootstelling gedurende een heel leven. Wie er structureel boven zit, kan nadelige effecten niet uitsluiten.
Niet alleen kraanwater telt
Bij PFAS draait alles om de totale blootstelling. Mensen krijgen de stoffen binnen via voedsel, drinkwater en vermoedelijk ook via huisstof, binnenlucht en consumentenproducten. RIVM-berekeningen laten zien dat Nederlanders via voedsel en drinkwater samen gemiddeld boven de EFSA-TWI kunnen uitkomen.1 Voedsel levert daarbij gemiddeld ongeveer drie keer zoveel PFAS als drinkwater; vis is een belangrijke bron.3
De discussie gaat dus niet over de vraag of één drinkwatermonster onder een wettelijke norm blijft. De echte vraag luidt: hoeveel PFAS krijgt iemand in totaal binnen?


Waarom 4,4 ng/L in drinkwater?
Het RIVM adviseert voor drinkwater een richtwaarde van 4,4 nanogram PFOA-equivalenten per liter. Bij die afleiding is aangenomen dat drinkwater hoogstens ongeveer 20 procent van de totale aanvaardbare PFAS-inname zou mogen leveren — zo blijft er ruimte over voor voedsel en andere bronnen.2
Een waarde boven die richtwaarde is dus geen rood alarm, maar wél een signaal: drinkwater pakt dan een groter deel van de gezondheidskundige ruimte dan wenselijk is. Het betekent niet automatisch dat het water acuut onveilig is of dat de kraan op slot moet. Wel dat de belasting van drinkwaterbronnen verder omlaag moet.
Wettelijke norm en gezondheidsadvies zijn niet hetzelfde
Voor drinkwater geldt in Europa een wettelijke parameterwaarde van 100 nanogram per liter, gerekend over de som van twintig geselecteerde PFAS. Aan die wettelijke eis wordt in Nederland voldaan.2 De RIVM-richtwaarde van 4,4 ng/L is een ander paar mouwen: die werkt met PFOA-equivalenten en is afgeleid vanuit de totale gezondheidskundige blootstelling. De twee waarden zijn daarom niet één-op-één te vergelijken.
Kortom: een drinkwaterbedrijf kan netjes aan de wet voldoen, terwijl PFAS in het water toch bijdraagt aan een totale blootstelling die voor een deel van de bevolking te hoog is. Beide kunnen waar zijn — het zijn twee meetlatjes met een verschillende maat.
Wat betekent dit voor Noord- en Zuid-Holland?
De PFAS-concentraties in drinkwater verschillen per gebied en per bron. Drinkwater uit oppervlaktewater bevat doorgaans meer PFAS dan drinkwater uit grondwater.3 In delen van Noord- en Zuid-Holland zijn recent relatief hogere concentraties gemeld, soms boven de gezondheidskundige RIVM-richtwaarde.
Aan het praktische advies verandert dat niets: kraanwater blijft in Nederland de normale en verantwoorde keuze. Flessenwater lost het onderliggende probleem niet op en brengt eigen milieubelasting mee. De juiste aanpak zit elders: voorkomen dat PFAS in water, bodem en voedselketen terechtkomen, en waar nodig de zuivering verbeteren.
Geen paniek, wel bronaanpak
PFAS in drinkwater vraagt om nuchterheid. Er is geen aanwijzing voor acuut gevaar door het drinken van kraanwater; tegelijk lost een gehaalde wettelijke norm de zorgen niet op. De kern, op een rij:
- De gezondheidskundige grens van EFSA gaat over de totale, langdurige inname van vier PFAS.
- Veel Nederlanders komen via voedsel en drinkwater samen al boven die grens uit.
- Voedsel is gemiddeld de grootste bekende bron, maar drinkwater telt mee.
- Een overschrijding van de RIVM-richtwaarde voor drinkwater is geen acute noodsituatie, maar wel een signaal voor verdere vermindering.
- De meest effectieve oplossing is bronaanpak: minder PFAS produceren, gebruiken en uitstoten.
Wat is nodig?
Een goede PFAS-aanpak begint bij het voorkomen van nieuwe vervuiling: strenge emissie-eisen voor industrie, het zoveel mogelijk vervangen van niet-essentiële PFAS-toepassingen en betere controle op lozingen. Ook bescherming van drinkwaterbronnen, sanering van vervuilde locaties en verdere verbetering van zuivering zijn belangrijk.
Voor inwoners is de boodschap helder: blijf kraanwater drinken, maar houd overheid, industrie en waterbedrijven aan de bel voor een structurele daling van PFAS in de leefomgeving. PFAS is geen probleem dat de consument alleen kan oplossen — het is in de eerste plaats een bronprobleem.
Lees ook in dit dossier
- PFAS in bloed: 71% boven grenswaarde, maar waarden dalen (29 september 2026)
- PFAS in drinkwater: hoe veilig is Nederlands kraanwater? (28 oktober 2026)
- RIVM — Te veel blootstelling aan PFAS in Nederland (blootstelling via voedsel en drinkwater) rivm.nl ↩
- RIVM — PFAS in drinkwater (wettelijke norm en gezondheidskundige richtwaarde) rivm.nl ↩
- RIVM — Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands (2023) rivm.nl ↩
- EFSA — Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food (EFSA Journal, 2020) doi.org/10.2903/j.efsa.2020.6223 ↩
Dit artikel is bedoeld als toegankelijke uitleg en vervangt geen individueel medisch advies.