Twee stormen, Austen en Boelo, trekken dit weekend over Nederland. Op zich niets bijzonders voor de tijd van het jaar — maar de Rijn voert op dit moment uitzonderlijk weinig water af, en precies die combinatie maakt het waterbeheer extra spannend. Rijkswaterstaat houdt rekening met verhoogde waterstanden langs de kust én met verzilting rond Rotterdam.2 Wind van voren, en van achter ook.
Eerst de stormen
Het KNMI gaf op 23 oktober om 08.27 uur code geel af voor zware windstoten van 75 tot 90 kilometer per uur: eerst in het zuidoosten en het zuidwestelijke kustgebied, later in het oosten en westen, en in de nacht ook in het Wadden- en IJsselmeergebied.1 Aan dat eerste lagedrukgebied, Austen, komt volgens Rijkswaterstaat later in het weekend een tweede storm achteraan: Boelo. Verder verandert vanaf 2 november ook het KNMI zelf: het instituut gaat dan lokaal waarschuwen voor gevaarlijk weer, in plaats van per provincie.

De wind zorgt naar verwachting voor verhoogde waterstanden langs de kust. In enkele kustsectoren wordt mogelijk het waarschuwingspeil (code geel) bereikt. Rijkswaterstaat benadrukt dat zulke waterstanden meerdere keren per jaar voorkomen — dit is dus een kwestie van goed voorbereid zijn, niet van paniek. Vanwege de verwachte neerslag is gemaal IJmuiden alvast aangezet om de waterstanden in de noordelijke helft van de Randstad vooraf te verlagen.2
En dan de rivier
Terwijl de zee opstuwt, houdt de Rijn juist de adem in. Op 8 oktober bedroeg de afvoer bij Lobith ongeveer 570 kubieke meter per seconde — ruim onder het criterium van 1.000 m³/s dat de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling voor oktober hanteert.3 Op 14 oktober meldde de Droogtemonitor van Rijkswaterstaat dat de afvoeren van Rijn en Maas “onveranderd uitzonderlijk laag” bleven.


Waarom die combinatie knelt
Een flinke westenwind duwt zeewater — en dus zout — de Rijn-Maasmonding in. Normaal biedt de rivier daar tegendruk tegen, maar bij een afvoer van zo’n 570 m³/s is die tegendruk klein. Daardoor kan zout water verder landinwaarts doordringen dan gebruikelijk, richting Rotterdam. Dat is meer dan een curiositeit: verzilting kan inlaatpunten voor drinkwater en landbouwwater in de weg zitten. Rijkswaterstaat noemt de combinatie van lage afvoeren en herfststormen dan ook expliciet als aandachtspunt.2
De keringen, ook nog even
Uit de jaarlijkse beoordeling van de stormvloedkeringen blijkt dat enkele keringen extra aandacht nodig hebben. De Maeslantkering wordt daarbij met name genoemd; de Oosterscheldekering vraagt vanwege zijn leeftijd steeds meer onderhoud. Een stalen deur in zee bouwen is één ding — hem decennialang soepel open en dicht houden is het andere werk.
Wat we (nog) niet weten
Het meest recente afvoercijfer voor Lobith dateert van 8 oktober; de actuele afvoer kan daarvan afwijken. Rijkswaterstaat spreekt van “mogelijk” code geel aan de kust en van een kans op verzilting — het gaat om verwachtingen, niet om waarnemingen. En de storm blijkt zelfs in de bronnen twee namen te hebben: het KNMI schrijft “Austen”, Rijkswaterstaat “Austin”. Aan de wind zelf doet dat gelukkig niets af.
Bronnen
- KNMI — Weerschuwingen en voorspellingen (code geel zware windstoten, 23 oktober 2026) knmi.nl ↩
- Rijkswaterstaat — “Onstuimig weer op komst: Rijkswaterstaat is voorbereid op wind en regen” (23 oktober 2026) rijkswaterstaat.nl ↩
- Rijkswaterstaat — Waterbericht / Droogtemonitor (afvoer Rijn bij Lobith, 8 en 14 oktober 2026) rijkswaterstaat.nl ↩